Vanuit het oogpunt van onder andere Bruno Latour en Donna Haraway zou alle muziek als cyborg muziek bestempelt kunnen worden. In hun ogen is de hele menselijke evolutie een samenspel geweest tussen mens en technologie en is ons bestaan, evenals onze culturele uitingen, dan ook niet meer los te zien van technologie. In dat opzicht is elke uiting van muziek cyborg muziek. Vanaf het moment dat we op holle boomstammen begonnen te slaan tot de digitale productie van hedendaagse popmuziek zijn we hiervan afhankelijk geweest van technologie. Op een muziek instrument na, de stembanden.
De vocalen van een zanger of zangeres lijken in het eerste opzicht, de context van de performance wegdenkend, de enige natuurlijke vorm van muziek. Ware het niet dat taal ook een vorm van technologie is. In ieder geval vanuit het perspectief van Latour en Haraway zou dat de zanger of zangeres ook een cyborg maken. Zelfs al zouden ze neuriën of onherkenbare geluiden maken zou dit nog geen natuurlijke vorm van muziek zijn. Lyotard, Derrida en Barthes hebben ons immers op overtuigende wijzen laten zien dat alles in onze cultuur naar iets al bestaands verwijst. Om deze reden is elke menselijke uiting in oorsprong al technologisch.
In de ogen van Latour en Haraway moet er dan ook geen onderscheid gemaakt worden tussen natuur en cultuur (technologie is in hun ogen een culturele uiting). Welke rol vervult muziek dan precies in deze hybride vorm? Volgens Latour zijn technische objecten intermediairen, of vertalingen, die het mogelijk maken voor menselijke actoren een bepaald doel te bereiken (Latour, 1994: 84). In deze relatie moeten menselijke actoren en niet menselijke actoren als gelijken worden beschouwd omdat mensen ook als intermediairen kunnen worden gezien voor technologie, die het voor technologie mogelijk maken om een bepaald doel te bereiken.
Deze opvatting komt voort uit het moderne spanningsveld tussen subject en object. Dit spanningsveld kan volgens Oosterling gezien worden als een ‘tussen’ of een ‘inter’ die zich laat concretiseren in wat wij media noemen (Oosterling, 2005: 296). Deze media staan dus midden in dit spanningsveld tussen subject en object en vervult hierin een bemiddelende rol waaruit ze nieuwe betekenis en inzicht kunnen verschaffen en waaruit hybride vormen ontstaan. Muziek, of eigenlijk cyborg muziek, zou hierin gezien kunnen worden als dit ‘tussen’ dat mens en technologie met elkaar laat samensmelten. De technische objecten waar Latour het over heeft maken het mogelijk voor menselijke actoren een bepaald doel te bereiken, wat in muziek in de meeste gevallen het over brengen van een bepaalde boodschap of gevoel is. Cybrog muziek als medium is dus eigenlijk de bemiddeling tussen verschillende actoren en spanningsvelden waaruit betekenis voort vloeit
Nico 4:30 pm on June 11, 2009 Permalink |
wow, nice project!